Heb verleden jaar The Santaroga Barrier (1968), een roman van Frank Herbert, nog eens herlezen en ik vind het nog altijd een prachtig boek. Voor de ene lezer is dit een utopie, voor de andere een anti-utopie – het is maar vanuit welke invalshoek je het bekijkt.
Santaroga lijkt een slaperig boerengat zoals er zo veel zijn. Maar buitenstaanders worden geweerd: ze blijven er zelden langer dan een nacht. En de bewoners verlaten het oord wel om te gaan studeren of om hun legerdienst te doen, maar ze keren altijd terug. En het is helemaal onmogelijk om er als buitenstaander een fabriek of een andere vorm van economische activiteit in te planten.
De hoofdpersoon, Gilbert Dasein, een psycholoog van Berkeley, gaat naar Santaroga in opdracht van een grote supermarktketen om te achterhalen waarom een vestiging door Santaroga werd gedwarsboomd. Hij heeft bovendien een tweede reden om naar het stadje te gaan: Jenny Sorge, die zijn leerlinge was aan de universiteit en daarna zijn verloofde, heeft niets meer van zich laten horen sinds ze naar haar geboortestad is teruggekeerd.
Eenmaal aangekomen merkt Dasein onmiddellijk dat de bewoners anders zijn: er is geen reclame, geen televisie, geen tabak en de bewoners zijn uitgesproken eerlijk en direct. Ondanks de individuele verschillen lijken ze bovendien op een vreemde wijze een eenheid te vormen, die woordeloos communiceert. Bovendien hebben ze een wonderlijk lokaal product, dat geproduceerd wordt door de Jaspers Kaascoöperatieve en dat in al hun voedsel aanwezig is. Het product zelf wordt eenvoudig “Jaspers” genoemd. Lezers van Herbert zien hier uiteraard onmiddellijk een echo van de “melange” uit Dune in.
De inwoners van Santaroga verwerpen de op winst gebaseerde buitenwereld, die psychologie gebruikt om mensen producten aan te smeren die ze niet nodig hebben en waarin de mensen door reclame geconditioneerd worden op een eenvormige wijze te denken en handelen. Dasein realiseert zich langzamerhand dat hij een spion voor krachten is die Santaroga als een vijand beschouwen die moet worden overwonnen – niet zozeer voor de kleine winst die dat zou opleveren, maar omdat in hun wereld van illusies weerstand een anomalie is. De Santarogans daarentegen willen leven, niet alleen bestaan.
Dasein wil er achter komen wat het product Jaspers precies is en wat het doet, maar dat is niet zonder risico. Twee andere onderzoekers zijn verongelukt, en Dasein zelf ontsnapt bij diverse gelegenheden ternauwernood aan een aantal gruwelijke ongelukken. Hij ontdekt uiteindelijk dat Jaspers een drug is die een blijvende verandering van het bewustzijn veroorzaakt. Het opent je ogen en je oren, het maakt je geest bewust. Jaspers geeft de mens de kans op een nieuw begin, op bevrijding van al zijn vroegere conditionering. Het openstellen van het collectieve onbewuste brengt ook een gevoel van innerlijke verbondenheid teweeg.
Dasein wordt verscheurd tussen de mogelijkheden die Jaspers opent – de helderheid van de waarneming, het gevoel van verbondenheid en zorg, de unieke geestelijke verdieping – en de knagende angst om opgeslokt te worden in een amorf “wij” dat hem van zijn vrijheid zal beroven. Op een gegeven ogenblik slikt hij echter een overdosis van het product, waardoor hij voor eeuwig met Santaroga verbonden zal zijn.
Het idee achter de roman is dat het individu Dasein alleen is. Als hij dat weigert te aanvaarden en denkt te moeten kiezen tussen Santaroga of de buitenwereld dan zit hij in de val. Hij zoekt een sociale verlossing die niet bestaat – en verliest zo zichzelf.
Enkele sleutels
De kinderen van Santaroga worden opgeleid door Dr Piaget. Jean Piaget (1896 - 1980) was een Zwitsers psycholoog die de cognitieve psychologische ontwikkeling van kinderen bestudeerde.
Martin Heidegger (1889-1976) treedt in zijn analyse van het Dasein in debat met de grote filosofen en de wetenschap die hij vindt tekort te schieten. Hij verwijt hen nooit diep genoeg over het zijn nagedacht te hebben. De gedachten over mens-zijn als Dasein, als in-der-Welt-sein, als Mitmensch-sein, als sein-zum Tode, opvattingen over het Niets, over eigenlijk en oneigenlijk leven, over angst en dood, over “zich smijten” en Sorge zijn tot op vandaag basisbegrippen in de wijsbegeerte.
Karl Jaspers (1883-1969) staat te boek als één van de prominente vertegenwoordigers van de existentiefilosofie. De menselijke zijnswijze wordt voor Jaspers gekenmerkt door het vermogen tot zelfzijn, tot actieve vormgeving aan het eigen bestaan. Iedereen zou een echt authentiek bestaan moeten kunnen leiden, een leven dat door de betrokkene naar waarheid zijn eigen leven genoemd kan worden.
De echo’s in het boek zijn oorverdovend…
Gegevens
Auteur: Frank Herbert
Land: USA
Genre: Science Fiction,
Pub. Datum: 1968
Format: Hardcover, Paperback
Uitgeverij: Berkley Books, 255 blz.
Opmerkingen: Nu onder meer te verkrijgen bij Amazon.com, Tor Books, Mass Market Paperback, 2002
Nederlandse uitgave: De Santaroga Barrière, Centripress 1978 – enkel nog tweedehands te vinden
There is no God and we are his prophets.
Even een tussendoortje. Op een lijstje met anti-utopieën stond er eentje van een zekere Andrew Neiderman, die een veelschrijver in het thrillergenre blijkt te zijn. Hij zou een anti-utopie geschreven hebben met de naam “The Baby Squad”. Er is geen Nederlandse vertaling voorhanden, bij mijn weten, en dat is maar goed ook. Was me dat een oppervlakkig niemendalletje! De klanten van amazon.com zijn het daar blijkbaar niet mee eens, maar smaken verschillen!
De roman opent in 2855 met de tweehonderdste verjaardag van Louis Wu. Om zo lang mogelijk van die dag te genieten gebruikt Louis transfercabines – openbare teleportatie-eenheden – om in westelijke richting van tijdzone naar tijdzone te springen. Op een gegeven ogenblik wordt hij onderschept en overgebracht naar een hotelkamer waar hij een tweekoppige, driepotige buitenaardse ontmoet, een zogenaamde Pierson’s poppenspeler, met de naam Nessus. Lang geleden zwaaiden de poppenspelers de plak over een enorme strook van de Melkweg, totdat ze plotseling verdwenen. Het blijkt dat ze waren gevlucht voor een explosie van supernova’s in de galactische kern. De dodelijke straling van de explosie zal de bekende ruimte niet bereiken voor nog eens 20.000 jaar, maar de poppenspelers zijn heel goed vooruitziend, omdat ze van nature nogal laf zijn en dus alles in de hand willen houden.
Een heerlijk kort verhaal van Arthur C. Clarke uit 1953. In een Tibetaans klooster zijn ze de monniken al driehonderd jaar bezig alle mogelijke namen van God op te schrijven, en ze verwachten dat het vijftienduizend jaar zal duren om deze taak tot een goed einde te brengen. Omdat dit zelfs voor geestelijken een lange tijd is, willen ze moderne technologie inschakelen. Een computer zal alle mogelijke lettercombinaties voor hen zal afdrukken en op die manier zal het werk nog maar honderd dagen duren. Twee Westerse ingenieurs zullen de computer installeren en programmeren.
The World Jones Made speelt zich af in 2002 AD. De wereld werd verwoest door een oorlog met nucleaire wapens. De drie grote blokken ( de VS, China en de Sovjet-Unie) stuikten in elkaar, hetgeen leidde tot de oprichting van een federale wereldregering (Fedgov). De wereldvrede werd bekomen door het verplicht toepassen van het Relativisme: een moraalfilosofie die stelt dat iedereen vrij is te geloven wat hij wil, dat de aarde plat is, dat babies in plastic zakken worden geboren, dat God een ui is …. zolang hij deze inzichten niet aan een ander als “waarheid” oplegt. Want dan wordt hij gearresteerd en belandt hij in een werkkamp.
De film dan: in de vroege ochtend van 16 december 1976, vindt Norma Lewis een doos bij haar voordeur. Haar echtgenoot Arthur, die de doos opent, ziet een rare constructie met een rode knop. De constructie is op slot. In een briefje staat te lezen dat een zekere mijnheer Stewart die avond langs zal komen.
Het verhaal speelt zich af in een onderaardse wereld waarin enkel volwassenen leven, waar geen plaats is voor kinderen, dieren en bloemen en waar alles geregeld wordt door de Voorschriften.